Monthly Archives: May 2010

Ziektekostenverzekering

Bron:www.nos.nl

D66

afschaffen eigen risico, invoering eigen bijdrage (10 procent van de kosten met maximum) niet noodzakelijke zorg uit basispakket, pil blijft – tot 18 jaar; invoering zorgsparen

SP

geen eigen risico; inkomensafhankelijke premie; zorgtoeslag overbodig

GroenLinks

eigen risico inkomensafhankelijk; financiering meer inkomensafhankelijk; pil in het basispakket houden; zorgtoeslag afschaffen

PvdA

iedereen eigen risico 210 euro; zorgtoeslag overbodig; compensatie chronisch zieken/gehandicapten

ChristenUnie

eigen risico inkomensafhankelijk 200 euro lage inkomens, 400 euro middeninkomens, 600 euro hoge inkomens; beperking basispakket (pil boven 21 jaar eruit) ; eigen bijdrage bij onnodig gebruik Eerste Hulp/ziekenhuis

CDA

"beter vormgegeven" eigen risico; behoud zorgtoeslag

SGP

eigen risico inkomensafhankelijk; beperking basispakket

PVV

geen verhoging eigen risico

VVD

eigen risico 300 euro; huisarts onder eigen risico; beperking basispakket

Partij voor de Dieren

geen verhoging eigen risico, geen eigen bijdrage voor huisarts

TON

minder premie voor mensen die letten op hun gezondheid

27 May 2010
By on 19:24
AOW

Bron:  www.nos.nl

PVV

AOW-leeftijd blijft 65 jaar. Het is een breekpunt.

SP

AOW-leeftijd blijft 65 jaar. Dit wordt gefinancierd door beperking van de hypotheekrenteaftrek.

TON

AOW-leeftijd blijft 65 jaar.

GroenLinks

AOW voor mensen die 45 jaar gewerkt hebben. Ouderen met goed inkomen gaan meebetalen aan AOW. AOW afhankelijk maken van arbeidsverleden.

PvdA

AOW-leeftijd vanaf 2020 naar 66 en in 2025 naar naar 67 jaar. Stoppen op 65e mag, maar betekent een lagere AOW.

SGP

AOW-leeftijd geleidelijk verhogen met een maand per jaar naar 67. Stoppen op 65e mag, maar betekent een lagere AOW.

ChristenUnie

AOW-leeftijd van 2015 tot 2021 met een maand per jaar, daarna met twee maanden per jaar naar 67 jaar. Ook een bijdrage van rijke ouderen.

CDA

AOW-leeftijd per 2015 naar 66 jaar, per 2020 naar 67 jaar.

D66

AOW-leeftijd versneld (in 12 jaar) naar 67 jaar.

Partij voor de Dieren

AOW-leeftijd naar 67 jaar.

VVD

AOW-leeftijd naar 67 jaar. Uitzondering: mensen die op hun 65e al 45 jaar hebben gewerkt.


By on 19:04
Hypotheekaftrek

In de verkiezingsprogramma’s van alle politieke partijen komt de hypotheekrenteaftrek aan de orde. Jarenlang was de vermindering van deze belastingaftrek een politiek taboe. Waarom wordt het ‘H-woord’ nu wel in de mond genomen? En wat betekent het eigenlijk?

Wat is hypotheekrenteaftrek?

De hypotheekrenteaftrek is een fiscaal voordeel voor huizenbezitters. De rente van de hypotheek op een huis kan worden afgetrokken van het inkomen. De regeling bestaat sinds 1893, toen de eerste inkomensbelasting in Nederland van kracht ging.

Wat vinden de partijen?

GroenLinks geleidelijk afschaffen
D66 aftrek wordt lineaire aflossing; 52% tarief naar 42 % tarief; vanaf 2020 hervorming in 12 jaar naar 30 %
PvdA vanaf 2014 in 30 jaar tot 30 %; max. schuld in 2015 1 miljoen
SP komende 10 jaar gemaximaliseerd tot 350.000
ChristenUnie beperking in 10 jaar tot max. 42 %
Partij voor de Dieren korte termijn max. aftrek 750.000 geleidelijk naar max. 500.000
SGP tijdens crisis handhaven, later mogelijk aanpassen
CDA niet aankomen
VVD niet aankomen
PVV niet aankomen
Trots op Nederland niet aankomen

Het Centraal Planbureau (CPB), wetenschappers in de Sociaal-Economische Raad (SER) en enkele vooraanstaande economen pleiten ook voor een verandering. De volgende generatie mag niet opgezadeld worden met een te hoge staatsschuld en onbetaalbare koopwoningen, redeneren zij.

Waarom bestaat deze regeling?

De hypotheekrenteaftrek is bedoeld om de aanschaf van een eigen woning te stimuleren. Na de Tweede Wereldoorlog maakten vooral confessionele partijen als de KVP en de ARP zich sterk voor het eigen woningbezit, omdat dit zou bijdragen aan de beschaving van de arbeiders. Later zagen meer partijen de voordelen van hypotheekrenteaftrek.

Nederland telt inmiddels 7 miljoen woningen, waarvan 4 miljoen koopwoningen en 3 miljoen huurwoningen.

Wat kost het?

De overheid is nu jaarlijks 11,4 miljard euro kwijt aan de hypotheekrenteaftrek. De Nederlandse hypotheekschuld is 616 miljard euro, een bedrag dat bijna even groot is als het bruto binnenlands product. In 2000 bedroeg de hypotheekschuld nog 286 miljard euro.

Het grote aandeel koopwoningen in Nederland levert de schatkist overigens ook geld op, onder meer door het eigenwoningforfait (2,2 miljard euro) en door de overdrachtsbelasting. Nieuwe kopers moeten 6 procent belasting betalen over de waarde van hun huis – goed voor jaarlijks 2,4 miljard euro.

Wat zijn de nadelen?

De woningmarkt is ernstig verstoord geraakt. De waarde van huizen is zo fors gestegen, dat starters nauwelijks meer een eigen huis kunnen kopen. Eengezinswoningen zijn sinds 1996 met 300 procent duurder geworden.

Door de hypotheekrenteaftrek wordt het aflossen van een hypotheek nauwelijks gestimuleerd en lopen huizenbezitters onnodige financixeble risico’s. In 2009 had 15 procent van de bewoners een lening hoger dan de waarde van hun huis.

De hypotheekenteaftrek wordt ook onbetaalbaar. In 2000 kostte de regeling de schatkist nog 7,4 miljard euro, in 2004 ging het om 10,5 miljard en in 2009 om 11,4 miljard euro. De staatsschuld loopt hierdoor op.

Het Centraal Planbureau (CPB), wetenschappers in de Sociaal-Economische Raad (SER) en enkele vooraanstaande economen pleiten ook voor een verandering. De volgende generatie mag niet opgezadeld worden met een te hoge staatsschuld en onbetaalbare koopwoningen, redeneren zij.

Wie vinden tegenstanders van aanpassing?

CDA, VVD, PVV en Trots op Nederland, de Vereniging Eigen Huis en de makelaars zijn tegen aanpassing van de hypotheekrenteaftrek. Zij vrezen een instorting van de woningmarkt, waardoor huizen plotseling veel minder waard zijn. De maandelijkse lasten zullen omhoog gaan, waardoor mensen hun hypotheek niet meer kunnen betalen en met een schuld komen te zitten die hoger is dan de waarde van hun eigendom. Dit is slecht voor de toch al zwakke economie. President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB), al meer dan tien jaar voorstander van aanpassing, vindt daarom dat de politiek nu niet moet morrelen aan de regeling.

Tegenstanders noemen Zweden vaak als voorbeeld waar in 1991 de maximale aftrek van 90 procent naar 30 procent ging. De Zweedse economie was al zwak en het land stortte in een diepe crisis. In Engeland is de fiscale regeling vanaf 1979 geleidelijk afgeschaft en dit heeft niet tot noemenswaardige problemen geleid.

Wat merken huizenbezitters?

Bij een aanpassing van de hypotheekrenteaftrek zal de waarde van de huizen onmiddellijk dalen. Het CPB gaat uit van een vermindering tussen de 8 en de 25 procent, afhankelijk van de geleidelijkheid van de aanpassing.

Voor sommige huiseigenaren betekent dit dat ze maandelijks een paar tientjes extra moeten betalen. Dit bedrag kan oplopen naar zo’n 200 euro per maand, afhankelijk van welk soort hypotheek.

Gaat er daadwerkelijk iets veranderen?

Dat is afhankelijk van de verkiezingsuitslag. Uit de opiniepeilingen blijkt dat nu een meerderheid tegen is. Dit zegt nog niets – tijdens de formatie zal pas duidelijk worden welke partij wat weet binnen te slepen.

Bron: www.nos.nl

26 May 2010
By on 13:04
Verkiezingsprogramma’s

PVDA

Download 2010_pvda_verkiezingsprogramma.pdf

CDA

Download CDA-Verkiezingsprogramma-2010-Slagvaardig-en-samen.pdf

VVD

Download vvd-verkiezingsprogramma-2010-2014.pdf

D66

Download tk06_vp_d66_internet.pdf

PVV

Download Webversie_VerkiezingsProgrammaPVV.pdf

SP

Download 2011verkiezingsprogrammaSP.pdf

Groen Links

Download VerkiezingsprogrammaGroenLinks2010.pdf

Partij voor de dieren

Download 20100413conceptverkiezingsprogramma2010.pdf

SGP

Download verkiezingsprogramma_sgp_20102014.pdf

Christen Unie

Download christen_unie_2010.pdf

24 May 2010
By on 14:46
Politieke keuze

DEN HAAG – Het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben van bijna alle politieke partijen die nu in de Tweede Kamer zitten de verkiezingsprogramma’s doorgerekend.

Rita Verdonk en de Partij voor de Dieren hadden hier geen behoefte aan. Hieronder de belangrijkste verschillen op een rij.

Bezuinigingen eerste kabinetsperiode: VVD, CDA en SGP het meeste en SP, PvdA en GroenLinks het minste.

Maatregelen op lange termijn: VVD, D66, GroenLinks, CDA, PvdA en SGP besparen boven de 29 miljard euro die volgens CPB nodig is. SP en PVV komen ongeveer tot de helft.

Opvallend grotere bezuinigingen per beleidsterrein: VVD, CDA, D66 en SGP op sociale zekerheid. SP en PvdA op Defensie. PVV en VVD op ontwikkelingssamenwerking.

Effect op koopkracht en winst bedrijfsleven: Vooral bij SGP en CDA, maar ook bij D66, ChristenUnie, PVV en VVD, staat de koopkracht onder druk. SP en PvdA boeken een kleine stijging. Op de winstgevendheid van bedrijven komt bij de SP de meeste druk en het minste bij CDA.

Effect op werkgelegenheid: Meeste banengroei valt met VVD, GroenLinks, CDA en D66 te verwachten. De minste extra banen onstaan in de plannen van SP en PVV.

Bereikbaarheid en terugdringen files: VVD en PVV die geen kilometerheffing willen, boeken nauwelijks verbetering.

Woningmarkt: Maatregelen van CDA en PVV laten de prijzen van koopwoningen het meest ongemoeid, terwijl deze bij alle andere dalen. Stijgende huurprijzen worden, behalve door de SP en PVV, door alle partijen gestimuleerd. Vooral bij de VVD gaat de huur omhoog.

Zorgkosten: Het eigen risico en eigen betalingen in de ziektekostenverzekering gaan bij alle partijen omhoog, uitgezonderd de SP. In de volksverzekering AWBZ stijgen bij allemaal de eigen betalingen. Hier zitten de VVD, GroenLinks, ChristenUnie, PVV en D66 aan de bovenkant.

Marktwerking in de zorg: VVD, D66, CDA, ChristenUnie en SGP zijn op verschillende manieren duidelijk voor meer liberalisering. De SP helemaal niet.

Onderwijs: Vooral PvdA, GroenLinks, VVD, D66 en SGP werken aan betere scholen en een hoger kennisniveau van de beroepsbevolking. CDA en ChristenUnie zitten in de middenmoot, terwijl bij SP en PVV nauwelijks verbetering te zien is.

Aandacht milieu: GroenLinks neemt veruit de meeste maatregelen tegen uitstoot broeikasgassen. VVD en PVV de minste. PvdA, ChristenUnie, GroenLinks en D66 investeren het meest in milieuvriendelijkere vormen van energie, zoals wind en zon, terwijl VVD en PVV daarop bezuinigen.

Natuur versus landbouw: GroenLinks, SP en PvdA nemen de meeste maatregelen ten gunste van de natuur, maar deze raken boeren in hun bedrijven wel. Bij VVD en PVV gaat de natuurkwaliteit achteruit, maar bij de VVD zorgen maatregelen wel voor meer economische groei in de landbouw.+

Bron:www.nu.nl


By on 12:40
Pechtold hekelt ‘vuilnisbakkenjournalistiek’

Alexander Pechtold wil een debat over de grenzen van de journalistieke vrijheid. Die moeten niet door de overheid of de rechter worden begrensd, maar door de journalistiek zelf.

Dat zei de D66-voorman vandaag in het NOS Radio 1 Journaal. Pechtold reageerde in dat gesprek op het roddelblad Binnenhof, dat gaat over het privxe9leven van politici. Het blad, een eenmalige samenwerking tussen HP/De Tijd en Weekend, werd donderdag gepresenteerd.

Vuilniszakken

Voor een artikel in het blad haalden journalisten onder meer de vuilniszakken van Pechtold en vicepremier Andrxe9 Rouvoet open. Pechtold hekelt die vorm van journalistiek en roept de media op naar zichzelf te kijken. "De journalistiek stelt zichzelf geen grenzen", zegt Pechtold. "Het doorzoeken van vuilnis dient geen enkel doel."

De D66-lijsttrekker vindt dat het blad met het doorzoeken van vuilnis een grens heeft overschreden. We moeten ons afvragen of dit is wat wij willen, stelt hij.

De makers van het blad had aangegeven dat Pechtold naar de rechter zou kunnen stappen om publicatie te verbieden. Dat gaat hem echter te ver. "Het is belangrijk dat we nu in een publiek debat de grens aangeven."

Bron: www.nos.nl

17 May 2010
By on 16:44
Club Med uit de Eurozone

De Spanning tussen Noord en Zuid Europa is mede in gegeven door grote cultuurverschillen in hoe bevolkingsgroepen in het leven staan. De Europese muntunie is geen staat maar een gemeenschap van soevereine staten. Dit maakt het door de cultuurverschillen moeilijk om economische standaarden op een lijn te krijgen. De mislukking van het stabiliteitspact (Maximaal begrotingstekort 3% BBP en Maximale overheidsschuld 60%) is hierdoor ingeven. De politieke ambitie om zoveel mogelijk landen in de eurozone toe te laten zal op economische gronden leiden tot de val van de Euro. Hieronder de verschillende cultuurmodellen:

1. Het Rijnlandmodel; dit behelst Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Luxemburg:

a. Hogere belastingen
b. Lage monetaire groei
c. Weinig corruptie
d. Strakke regelgeving

2. Het Club Med model; dit zijn landen als Griekenland, Italixeb, Portugal, Spanje en Frankrijk;

a. Lagere belastingen
b. Hoge monetaire groei
c. Veel corruptie
d. Lossere regelgeving

3. Het Angelsaksische model; hierbij behoren de landen Groot Brittannixeb en Ierland:

a. Lagere belastingen
b. Hoge monetaire groei
c. Weinig corruptie
d. Lossere regelgeving

4. Het Scandinavische model; dit behelst landen als Zweden, Denemarken en Finland:

a. Hoge belastingen
b. Hoge monetaire groei
c. Nauwelijks corruptie
d. Strakke regelgeving

5. Het Oost-Europese model; dit zijn alle landen van het voormalig communistische oostblok:

a. Lage belastingen
b. Hoge monetaire groei
c. Veel corruptie
d. Strakke regelgeving

Bron:www.vrijspreker.nl

Het Rijnlandse x96 en het Scandinavisch model lenen zich uitstekend voor een Eurozone met een stabiele Euro . Dit houdt in afscheid nemen van Club Med- en het Oost Europese model.

15 May 2010
By on 12:16
De invoering van de gulden is geen optie!

xb7         Het kost miljarden om de gulden in te voeren

xb7         Ten opzichte van andere valutax92s gaan we koersrisico lopen ( koppeling aan Euro of Dollar is geen optie) met alle gevolgen voor in- en export. We zijn een exportland. Het koersrisico doet zich dan zelfs binnen Europa voor;

xb7         Psychologisch en economisch doet de gulden als sterke valuta niet mee;

xb7         Onze economie is sterk gekoppeld economische ontwikkelingen in de VS en het verre Oosten. De huidige crisis heeft dit laten zien. De globalisering heeft er toe geleid dat economiexebn van elkaar afhankelijk zijn geworden;

xb7         Bij herinvoering van de gulden zal Nederland haar monetaire beleid weer moeten vaststellen;

xb7         Zonder steun van Duitsland zal de invoering van de gulden mislukken;

xb7         Banken, Pensioenfondsen en andere nationale beleggers hebben internationale te grote belangen om dit met een invoering van de gulden op spel te zetten.

De gulden was sterk bij de gratie van de D-mark

2 May 2010
By on 07:29
Rating bureau’s medeveroorzakers van de crisis veroorzaken weer een crisis!!

Onderstaande rating bureaus hebben een dubieuze rol gespeeld in het ontstaan van de kredietcrisis. Veel te hoge creditratings geven aan gestructureerde financieringspakketten(junk). Deze bureaus geven creditratings aan landen (Griekenland, Spanje). De volgende vragen worden niet gesteld:

xb7         Zijn de ratingbureaus echte aanjagers van de kredietcrisis

xb7         Wat zijn de normen voor het bepalen van de indicaties(AAA of D)

xb7         Welke waarde kunnen we aan deze ratings hechten als het systeem de kredietcrisis niet heeft kunnen voorkomen

xb7         Had Griekenland al jaren eerder een downgrading moeten hebben

xb7         Media en publiek reageren weer hyperig(paniek) op iets wat we niet begrijpen

Fitch Group

From Wikipedia, the free encyclopedia

Long-term credit ratings

Fitch Ratings’ long-term credit ratings are assigned on an alphabetic scale from ‘AAA’ to ‘D’, first introduced in 1924 and later adopted and licensed by S&P. (Moody’s also uses a similar scale, but names the categories differently.) Like S&P, Fitch also uses intermediate +/- modifiers for each category between AA and CCC (e.g., AA+, AA, AA-, A+, A, A-, BBB+, BBB, BBB-, etc.).

Investment grade

  • AAA  : the best quality companies, reliable and stable
  • AA  : quality companies, a bit higher risk than AAA
  • A  : economic situation can affect finance
  • BBB  : medium class companies, which are satisfactory at the moment

Non-investment grade (also known as junk bonds)

  • BB  : more prone to changes in the economy
  • B  : financial situation varies noticeably
  • CCC  : currently vulnerable and dependent on favorable economic conditions to meet its commitments
  • CC  : highly vulnerable, very speculative bonds
  • C  : highly vulnerable, perhaps in bankruptcy or in arrears but still continuing to pay out on obligations
  • D  : has defaulted on obligations and Fitch believes that it will generally default on most or all obligations
  • NR  : not publicly rated

Short-term credit ratings

Fitch’s short-term ratings indicate the potential level of default within a 12-month period.

  • F1+  : best quality grade, indicating exceptionally strong capacity of obligor to meet its financial commitment
  • F1  : best quality grade, indicating strong capacity of obligor to meet its financial commitment
  • F2  : good quality grade with satisfactory capacity of obligor to meet its financial commitment
  • F3  : fair quality grade with adequate capacity of obligor to meet its financial commitment but near term adverse conditions could impact the obligor’s commitments
  • B  : of speculative nature and obligor has minimal capacity to meet its commitment and vulnerability to short term adverse changes in financial and economic conditions
  • C  : possibility of default is high and the financial commitment of the obligor are dependent upon sustained, favourable business and economic conditions
  • D  : the obligor is in default as it has failed on its financial commitments.

Standard & Poor’s

Credit ratings

Standard & Poor’s, as a credit rating agency (CRA), issues credit ratings for the debt of public and private corporations. It is one of several CRAs that have been designated a Nationally Recognized Statistical Rating Organization by the U.S. Securities and Exchange Commission.

It issues both short-term and long-term credit ratings.

Long-term credit ratings

S&P rates borrowers on a scale from AAA to D. Intermediate ratings are offered at each level between AA and CCC (e.g., BBB+, BBB and BBB-). For some borrowers, S&P may also offer guidance (termed a "credit watch") as to whether it is likely to be upgraded (positive), downgraded (negative) or uncertain (neutral).

Investment Grade

  • AAA  : the best quality borrowers, reliable and stable (many of them governments)
  • AA  : quality borrowers, a bit higher risk than AAA
  • A  : economic situation can affect finance
  • BBB  : medium class borrowers, which are satisfactory at the moment

Non-Investment Grade (also known as junk bonds)

  • BB  : more prone to changes in the economy
  • B  : financial situation varies noticeably
  • CCC  : currently vulnerable and dependent on favorable economic conditions to meet its commitments
  • CC  : highly vulnerable, very speculative bonds
  • C  : highly vulnerable, perhaps in bankruptcy or in arrears but still continuing to pay out on obligations
  • CI  : past due on interest
  • R  : under regulatory supervision due to its financial situation
  • SD  : has selectively defaulted on some obligations
  • D  : has defaulted on obligations and S&P believes that it will generally default on most or all obligations
  • NR  : not rated

Short-term issue credit ratings

S&P rates specific issues on a scale from A-1 to D. Within the A-1 category it can be designated with a plus sign (+). This indicates that the issuer’s commitment to meet its obligation is very strong. Country risk and currency of repayment of the obligor to meet the issue obligation are factored into the credit analysis and reflected in the issue rating.

  • A-1  : obligor’s capacity to meet its financial commitment on the obligation is strong
  • A-2  : is susceptible to adverse economic conditions however the obligor’s capacity to meet its financial commitment on the obligation is satisfactory
  • A-3  : adverse economic conditions are likely to weaken the obligor’s capacity to meet its financial commitment on the obligation
  • B  : has significant speculative characteristics. The obligor currently has the capacity to meet its financial obligation but faces major ongoing uncertainties that could impact its financial commitment on the obligation
  • C  : currently vulnerable to nonpayment and is dependent upon favorable business, financial and economic conditions for the obligor to meet its financial commitment on the obligation
  • D  : is in payment default. Obligation not made on due date and grace period may not have expired. The rating is also used upon the filing of a bankruptcy petition.
1 May 2010
By on 06:18